Bijvoeding fase

Het overstappen op bijvoeding gaat optimaal gezien hand in hand met het langzaam stoppen met de borstvoeding, meestal rond de zesde maand. Maar omdat elk kind anders is, is er geen "perfect tijdstip" om te beginnen met bijvoeding. Sommige baby’s hebben na vijf maanden al heel veel eetlust, andere pas na zeven of acht. Belangrijk is dat moeders zowel op de eigen als op de behoeften van het kind letten.

Elk kind is anders en weet zelf precies wat hem wanneer het beste smaakt. Let op de aanwijzingen en reacties van uw kind in de omgang met de voeding – zo vindt u de juiste weg naar uw individuele voedingsschema.

Het begin van de bijvoeding

Het introduceren van het eerste papje is een grote stap voor uw kleine zuigeling. Eten is iets heel nieuws, er volgen nieuwe smaakbelevingen en ook nieuwe reacties van het lichaam op de andere voeding.
Geef uw kind daarom de tijd en introduceer de nieuwe maaltijd stapsgewijs. Een paar lepels is in het begin meer dan voldoende. In de regel heeft een zuigeling een week nodig om te wennen aan een nieuw voedsel. Met een beetje tijd tussen de introductie van nieuw voedsel is het beter mogelijk om onverdraagzaamheden en allergieën te herkennen of om te zien wat voor effect het nieuwe ingrediënt heeft op de spijsvertering en stoelgang van uw baby. Zo kunt u snel reageren en eventueel andere ingrediënten gebruiken.
De papmaaltijden vervangen stapje voor stapje de borst- resp. flessenmaaltijden. Het beste is om 's middags, voor de borstvoeding te beginnen met het geven van de eerste lepel groentehapje. Vermeerder de hoeveelheid langzaam, tot de hele borstvoeding vervangen is door het groentehapje. Wij raden aan om elke maand dan ook de borstvoeding ’s avonds en ’s middags te vervangen door de maaltijden met melk resp. fruithapjes.