In de eerste zes maanden is het het beste voor de baby, als de moeder borstvoeding geeft. Op die manier krijgt het jonge organisme de voedingsstoffen, die het nodig heeft om te groeien. Als de baby ouder wordt en meer gewicht krijgt, stijgt de behoefte aan voedingsstoffen van de zuigeling en de uitsluitende voeding met de borstvoeding of met een melkvoeding voor zuigelingen 1 vanaf de geboorte verzadigt uw kind steeds minder. Op zijn vroegst na de vierde maand kunt u beginnen, een borstvoeding te vervangen door een papmaaltijd. Indien uw baby nog niet klaar is voor bijvoeding, kunt u het invoeren ervan een of twee maanden opschuiven.Omdat elk kind zich individueel ontwikkelt en al vroeg zijn eigen voorkeuren heeft voor bepaalde maaltijden, zijn afwijkingen van het algemene voedingsschema heel natuurlijk. Het individuele gedrag van de baby beïnvloedt ook zijn energiebehoefte en daarmee de gewenste hoeveelheid maaltijden. Levendige kinderen verbruiken meer energie dan rustige baby’s en hebben zodoende vaker of een grotere hoeveelheid maaltijden nodig. Het Holle Voedingsschema oriënteert zich op de richtlijnen van het onderzoeksinstituut voor kindervoeding in Dortmund en moet u dienen als steun bij de voeding van uw kind.